Gerichte vrijstelling thuiswerkkosten

Nieuw voor 2022 is een gerichte vrijstelling voor de vergoeding van kosten van thuiswerken. Het gaat om € 2 per thuisgewerkte dag of gedeelte daarvan. Voor een werkdag kan niet zowel de vrijstelling voor een thuiswerkvergoeding als de vrijstelling voor een vergoeding voor kosten van woon-werkverkeer worden toegepast. Wel kan op een thuiswerkdag een vergoeding voor een dienstreis worden toegekend. Op basis van de verhouding thuiswerkdagen en werkdagen op de vaste werkplek kan een combinatie van thuiswerk- en reiskostenvergoeding worden gegeven.

Bron: Overig | publicatie | 21-10-2021

Bijtelling privégebruik fiets

Wanneer een werknemer een fiets ter beschikking heeft gekregen van zijn werkgever, dan moet voor het privégebruik van de fiets een bijtelling bij het loon plaatsvinden. Er geldt een forfaitaire bijtelling van 7% van de cataloguswaarde van de fiets op jaarbasis. De regeling geldt voor gewone fietsen, e-bikes en speedpedelecs, ongeacht of de werknemer de fiets privé gebruikt.

Als de werknemer voor de kilometers met de fiets van de zaak een kilometervergoeding ontvangt, is deze vergoeding belast. De werknemer is niet verplicht om met de fiets naar het werk te komen. Wanneer hij met het openbaar vervoer of de auto reist in plaats van met de fiets, kan de werkgever hem voor die dagen een onbelaste kilometervergoeding geven. Ook als de werknemer met de fiets van de zaak naar het station rijdt en dan met het openbaar vervoer verder reist, kan de werkgever de reiskosten voor het openbaar vervoer belastingvrij vergoeden.

In het geval van een elektrische fiets van de zaak kan de werkgever de kosten van het thuis opladen van de accu vergoeden aan de werknemer. Als de werknemer de kosten zelf betaalt komen deze niet in mindering op de bijtelling. 

Bron: Overig | publicatie | 21-10-2021

Aandachtspunten jaarafsluiting

Controleer voor het afsluiten van het boekjaar onderstaande punten:

  • Loonkostenvoordeel (LKV) oudere werknemers.
  • LKV arbeidsbeperkte werknemers.
  • LKV doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden.
  • Leningen verstrekt aan personeel.

Hebt u werknemers in dienst die ouder zijn dan 56 jaar? Of werknemers die (deels) arbeidsongeschikt of werkloos zijn? Dan hebt u mogelijk recht op een LKV.
 

Bron: Overig | publicatie | 21-10-2021

Afdracht over privégebruik

Bij de aangifte over het laatste kwartaal van 2021 moet u btw afdragen over privégebruik van zaken die tot de onderneming behoren. Voor het privégebruik van de auto kunt u gebruikmaken van een forfaitaire regeling. U draagt bij de aangifte over het laatste tijdvak van het jaar 2,7% van de catalogusprijs van de auto af. In plaats van de forfaitaire regeling kunt u btw betalen over het werkelijke privégebruik. Dit kan voordeliger zijn.

Voor een auto die inclusief het jaar van ingebruikname vijf jaar in de onderneming is gebruikt, geldt een forfait van 1,5%. Heeft u bij de aankoop van de auto geen btw in aftrek gebracht, dan mag u voor de berekening van het privégebruik altijd uitgaan van het lagere forfait.

Bron: Overig | publicatie | 21-10-2021

Herziening aftrek voorbelasting

De btw op bedrijfsmiddelen komt in aftrek naar gelang van de mate waarin u de bedrijfsmiddelen voor btw-belaste prestaties gebruikt. Heeft u de btw op bedrijfsmiddelen in het verleden geheel of gedeeltelijk in aftrek gebracht, dan moet de aftrek worden herzien als de mate van gebruik voor belaste prestaties is veranderd. Voor onroerende zaken is de herzieningstermijn negen jaar, volgend op het jaar waarin u de zaak bent gaan gebruiken. Voor roerende zaken, waarop wordt afgeschreven, bedraagt de herzieningstermijn vier jaar volgend op het jaar van ingebruikname. De herziening verwerkt u in de laatste aangifte van het jaar.

Bron: Overig | publicatie | 21-10-2021

Doe tijdig suppletieaangifte

Ondernemers, die hun btw-aangifte over 2021 willen corrigeren of die een balanspost btw willen aangeven, kunnen berekening van belastingrente voorkomen door dit vóór 1 april 2022 te doen. Voor een suppletieaangifte moet u gebruik maken van een speciaal formulier op de website van de Belastingdienst. Bedragen van minder dan € 1.000 kunnen in de eerstvolgende reguliere aangifte omzetbelasting worden verwerkt.

Bron: Overig | publicatie | 21-10-2021

Regeling ongedekte vaste kosten land- en tuinbouwbedrijven geldt ook in derde kwartaal

De regeling ongedekte vaste kosten land- en tuinbouwbedrijven (OVK) is ook voor het derde kwartaal van 2021 opengesteld. De aanleiding hiervoor is dat veel landbouwbedrijven tegen het voor de TVL geldende maximum aan subsidie van € 225.000 aanlopen. Dat maximum is gesteld in het Europese staatssteunkader. De noodzaak voor een aanvullende regeling is daardoor groot.

De OVK voor het derde kwartaal wijkt qua voorwaarden niet af van de voorgaande regeling. Het tijdelijke steunkader van de EU bepaalt dat alle steun uiterlijk op 31 december 2021 moet zijn verleend. De regeling vervalt daarom per die datum. Dat betekent dat na 31 december 2021 er geen grondslag meer is om subsidie te verlenen en voor 1 januari 2022 een besluit over het verstrekken van subsidie moet zijn genomen.

Vooruitlopend op de publicatie van deze regeling is het loket voor de OVK bij RVO.nl al op 14 oktober 2021 geopend.

Bron: Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit | besluit | nr. WJZ/21204950, Staatscourant 2021, Nr. 44621 | 26-10-2021

Vaststellingsloket NOW-2 langer open

De staatssecretaris van SZW heeft de Tweede Kamer geïnformeerd over enkele wijzigingen van de NOW-regelingen. De termijn van veertien weken, die werkgevers hebben om een vaststellingsaanvraag aan te vullen met een accountantsverklaring, gaat ook gelden voor werkgevers die een derdenverklaring nodig hebben. Deze wijziging geldt voor de NOW-1, 2, 3 en 4.

De sluitingsdata van alle tranches van de NOW-3 worden samengetrokken met de sluitingsdatum van het vaststellingsloket NOW-4 en vastgesteld op 22 februari 2023.

Het vaststellingsloket van de NOW-2 wordt langer opengesteld, namelijk tot 31 maart 2022. Het UWV heeft aangegeven het NOW-4 loket per 31 maart 2022 te zullen openen.

 Tranche  Periode  Opening loket  Sluiting loket
 NOW-1  maart t/m/ juni 2020   7 oktober 2020  31 oktober 2021
 NOW-2   juni t/m september 2020  14 maart 2021  31 maart 2022
 NOW-3.1  oktober t/m december 2020   4 oktober 2021  22 februari 2023
 NOW-3.2  januari t/m maart 2021  31 januari 2022  23 februari 2023
 NOW-3.3  april t/m juni 2021  31 januari 2022  23 februari 2023
 NOW-4    31 maart 2022  23 februari 2023

 

Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | besluit | 2021-0000163856 | 25-10-2021

Aanslag erfbelasting voor rekening erfgenaam

Bron: Rechtbank Den Haag | jurisprudentie | ECLINLRBDHA20217995, SGR 20/2583 | 11-07-2021

Verrekening te weinig gewerkte uren niet toegestaan

Een werkgever hield de gewerkte uren van zijn werknemers bij met een registratiesysteem, waarop de werknemers moesten in- en uitklokken. Als een werknemer korter werkte terwijl er geen sprake was van ziekte, calamiteiten- of zorgverlof, merkte de werkgever de minder gewerkte tijd aan als vakantieverlof. Extra gewerkte uren werden als overuren bij het verlofsaldo opgeteld.

Bij het einde van het dienstverband voor bepaalde tijd van een werknemer heeft de werkgever een bedrag van € 2.655 bruto voor 246 verlofuren verrekend met € 1.870 bruto voor het salaris over de laatste maand en € 1.337 bruto aan vakantiebijslag. De werknemer vorderde betaling van het volledige bedrag aan salaris en vakantiebijslag.

Volgens de kantonrechter kan een eventueel tekort aan gewerkte uren niet eenzijdig door de werkgever worden aangemerkt als opgenomen verlof. De werkgever hanteerde in de praktijk een tijd voor tijdsysteem, waarbij op een werkdag minder gewerkte uren konden worden gecompenseerd  door op een andere dag langer te werken. Op de werkgever rust bij een dergelijk systeem de zorgplicht te voorkomen dat het inhalen van niet gewerkte uren feitelijk onmogelijk wordt. Dat geldt zeker bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.

Volgens de kantonrechter kan een werknemer niet meer verlof opnemen dan waarop hij op grond van de wet of de arbeidsovereenkomst recht heeft. Indien meer dagen verlof met behoud van loon zijn genoten zonder dat de werkgever met uitbreiding van het aantal verlofuren heeft ingestemd, komt dit in beginsel voor rekening van de werknemer en bestaat geen aanspraak op loon. Het is niet zonder meer mogelijk in een jaar teveel opgenomen verlof als het ware te compenseren met een overeenkomstige vermindering van het verlof in een volgend arbeidsjaar. Dat geldt zeker als dit ertoe zou leiden dat een werknemer minder dan het wettelijk minimum aan verlof in dat jaar kan opnemen.

De kantonrechter stelde vast dat de werknemer ten minste 14,81 dagen teveel vakantieverlof heeft opgenomen gedurende de arbeidsovereenkomst. Op de werkgever rust de plicht erop toe te zien dat geen te groot negatief verlofsaldo ontstaat. Ook binnen het tijd-voor-tijdsysteem mag het negatieve saldo niet zo groot worden dat dit tijdens het dienstverband niet meer kan worden ingehaald. Uiteraard is ook de werknemer zelf daarvoor verantwoordelijk. Volgens de kantonrechter kwam het niet volledig verrichten van de overeengekomen arbeid in dit geval niet voor rekening van de werknemer. Door de arbeidsovereenkomst niet te verlengen bij een negatief verlofsaldo van grote omvang heeft de werkgever de werknemer de gelegenheid ontnomen op een redelijke termijn de onvoldoende gewerkte uren goed te maken. De werkgever mocht geen verlofuren met de eindafrekening verrekenen.

Bron: Rechtbank | jurisprudentie | ECLINLRBMNE20214713, 8609911 | 28-09-2021